Bewust kiezen

Net als veel  ouders van leerlingen uit groep 8 zat ik vorig jaar in de grote tombola van het kiezen van vervolgonderwijs. Inmiddels zit mijn dochter in de 1e klas, van de school van haar 1e keus. Ze had mazzel, geen loting in haar jaar.

De theorie (en praktijk) maakt ouders tot het 18e jaar van hun kinderen verantwoordelijk en verplicht te zorgen voor rust en veiligheid, voedsel ebewust kiezen_3n onderdak en kansen om zich te ontwikkelen tot verantwoordelijke en zelfstandige wereldburgers. Met onvoorwaardelijke liefde wat mij betreft. Interessant daarbij is hoe liefdevolle begeleiding zich verhoudt tot de ruimte die je kind nodig heeft als het gaat om het maken van keuzes, bijvoorbeeld voor het vervolgonderwijs na de basisschool. Mijn ervaring is dat kinderen wat ze over argumenteren en structureren van informatie hebben geleerd, ‘on hold’ zetten. Opeens worden andere dingen belangrijk: keuzes maken die op meer dan intuïtie, gevoel of andere niet goed te bepalen impulsen gebaseerd zijn, is voor veel volwassenen al niet zo gemakkelijk, laat staan voor kinderen. (over intuïtie is er net een boek verschenen).

Wanneer je als volwassen persoon de tijd neemt en goed analyseert hoe je tot je dagelijkse keuzes komt, vraag ik me af in hoeverre ratio daarin een rol speelt. Doe je dingen op basis van de informatie die je krijgt? Of speelt iets ongrijpbaars als sfeer en gevoel een rol? Het blijft me boeien als coach en trainer hoe mensen -grote en kleine- zichzelf overtuigen van een bepaalde keuze. En ook hoe bijvoorbeeld belanghebbenden (lees hier: scholen voor voortgezet onderwijs) die keuze proberen te manipuleren, of aardiger geformuleerd: beïnvloeden. Zo kan een school nog zo zorgvuldig zijn in het geven van informatie over de visie van de school en haar werkwijzen bij zorgleerlingen, of over de aanpak bij bovengemiddeld slimme kinderen en kinderen met minder cognitieve talenten, zodra de docent een gek woord gebruikt, de trappen in de school niet mooi zijn of het er raar ruikt, is de kans op een nieuwe leerling bijna verkeken. Tenminste, als die leerling in casu de gehele vrije ruimte krijgt om zelf te bepalen welke school het gaat worden binnen zijn of haar mogelijkheden.

Welk magisch proces zich ook afspeelt in het hoofd van een kind bij het maken van keuzes, ik zie in dat proces een nog te ontwikkelen vorm van jong leiderschap. Zonder managementtheorieën beslissen kinderen uit volle overtuiging, op basis van gevoel over kleuren, vormen, geuren, inrichting, mensen die rare woorden gebruiken in welke schoolbanken ze de komende 4 tot 6 jaar zullen vertoeven.

Bewust kiezen_3Dat is even slikken als betrokken ouder. Wanneer gebeurde het, wat heb ik gemist? Volwassenen doen dit echter ook, maar kennen trucjes om het te verbloemen. Twee daarvan heten argumenteren en rationeel denken

Ook in onze werksetting zijn we bedreven geraakt in het achteraf bedenken van steekhoudende argumenten waarom je een collega promotie gunt, of juist niet, de ene collega wel in je project wil en de andere met dezelfde functie en aanstelling niet. Het zou goed zijn om dit gedrag van onszelf te ‘spiegelen’ door eerst eens ongecensureerd op die eerste gevoelens te reflectereIMG_20130524_002802n en vervolgens op onze beslissingen en het maken van keuzes. Kunnen we daarin eerlijk zijn, zogezegd ‘met de billen bloot’? Gaat het nu werkelijk om capaciteiten en competenties of toch meer om andere, ongrijpbare anti- en sympathieën in allerlei gradaties? Het eerlijk bekijken van je eigen keuzeproces helpt je om je leiderschap verder te ontwikkelen en daarin open te kijken naar hoe je nu echt keuzes maakt. Op een zeer subtiel niveau.

Amalia Deekman, coach/teamcoach en procesbegeleider.

Wil je meer info over (e-)coaching en teamcoaching door ATenD? Gebruik dit formulier en Amalia Deekman neemt contact met je op. Lees ook mijn pagina over het privacybeleid van ATenD.

* verplicht veld
Weet u het zeker?

Wat heb je nodig?

De verleiding is groot om deze vraag te beantwoorden met “een miljoen, een mooi huis, een grote auto”, als de trainer of coach hem stelt. Het is een vraag die verwachtingen schept en weerstand oproept. Want “waarom vraagt de trainer mij dit, gaat-ie het me dan geven?” Of: “wat denkt die coach nu: dat ik daar zomaar het antwoord op weet?”

Wat is de kern?
De kern van een vraag naar wat jij of ik nodig hebben, valt buiten het materiële, en dat maakt hem lastig om in een volzin te beantwoorden, zodanig dat het werkt. Mensen hebben daar vaak een hekel aan, want het is soft, leidt nergens toe en maakt ze nog gefrustreerder dan ze al zijn. “Ik heb een grotere aanstelling nodig, dan lost de werkdruk vanzelf wel op,” hoor ik dan. Maar niets is minder waar, want meer uren betekent in deze gevallen vaak een toename van taken en een gelijkblijvende werklast. “En een extra collega dan?” De gevleugelde uitspraak ‘meer handen aan het bed’ kan in concrete situaties lucht geven, maar is het niet zo dat na een tijd ook dat niet meer helpt?

Reflectie
Er is niets mis met deze ‘weerstand’; geef lucht en ruimte eraan, want daarna komt echt ruimte voor reflectie op wat de vraag wezenlijk inhoudt. Dan komen we bij de kern van wat mensen echt nodig hebben. Vaak weet je het pas door een gebrek eraan: denk aan zaken als reflectie, rust, een pas op de plaats; of een open communicatie en uitspreken van ideeën vanuit de gedachte dat je daarmee een begin maakt aan het oplossen van een probleem; meer waardering in tweerichtingsverkeer; weerbaarheid ten opzichte van een verhardende buitenwereld; collegialiteit.

Lef
Ik merk in mijn adviespraktijk dat er erg veel lef nodig is voor klanten om eerst naar zichzelf te kijken bij het zoeken naar oplossingen voor problemen in het werk, voor het kunnen stellen van de vraag wat ze nodig hebben.
Het ontbreekt organisaties namelijk vaak aan reflectietijd. En daarmee bedoel ik niet ‘navelstaren’, maar oplossingsgericht reflecteren, ingecalculeerd in de werkdag. Het materiële heeft immers voorrang: er moet productie gedraaid worden, dus te lang bij ieders zielenroerselen stil blijven staan kan niet. En hier is al de eerste denkfout gemaakt door nadenken over wat je doet als een vorm van stilstand te beschouwen.

2012-06-30-050
Outputgericht
Als ik durf te verwoorden wat ik nodig heb in immateriële zin heb ik een eerste stap gezet naar de vervolgvragen: hoe ik dat wil bereiken en met wat voor energie. Dat klinkt al een stuk ‘outputgerichter’… .
Zo leidt een simpele vraag toch tot een eenduidig antwoord. In de omgeving waarin wij simpele vragen stellen, weten degenen die deze beantwoorden dat ze dieper moeten graven, dwars door hun weerstanden heen.

Wil je meer info over (e-)coaching en teamcoaching door ATenD? Gebruik dit formulier en Amalia Deekman neemt contact met je op. Lees ook mijn pagina over het privacybeleid van ATenD.

* verplicht veld
Weet u het zeker?